Jongleerstijlen
Er zijn verschillende soorten jongleren, ook wel jongleerstijlen genoemd. Iedere stijl van jongleren vereist andere technieken en vaardigheden. Alle jongleerstijlen zijn goed voor de motoriek en hebben een positieve invloed op de hersencapaciteit.
- Contactjongleren
Hierbij worden ballen niet gegooid, maar gerold over het gehele lichaam. Vooral over handen, armen, en via de schouders over de nek. Michael Moshen wordt beschouwd als de pionier van deze manier van jongleren. De bedoeling van deze stijl is de indruk creëren dat de bal over de lichaamsdelen zweeft zonder dat de jongleur er directe invloed op uitoefent. Deze stijl wordt vaak beoefend met doorzichtige acryl ballen.
Stuiteren – Bouncing
Door ballen pas te vangen nadat ze 1 (of 2) keer op de grond gestuiterd zijn, houdt een jongleur meer tijd over en kan dus meer ballen manipuleren. Uiteraard zijn hiervoor ballen van een geschikt materiaal nodig (silicone is het gebruikelijkst – en het duurst). Stuiterjongleerballen hebben een stuitergehalte. Hebben zij een stuitergehalte van 90%, betekent dat dat het balletje weer op 90% van de hoogte komt als waar hij losgelaten werd. Met deze stijl springen vele jongleurs creatief om, zo stuiteren zij bijvoorbeeld tegen een gong of op de toetsen van een keyboard om muziek te creëren tijdens het jongleren.
Passing
Het overgooien van ballen of kegels tussen 2 of meer jongleurs. Zeer populair op bijeenkomsten en festivals. In principe is niet een zeer hoog technisch niveau nodig om met veel mensen over te gooien. Olga en Vova Galchenko zijn professionele jongleurs die buitengewoon precies overgooien. In het Nederlands is het woord “overpasen” gebruikelijk.
Sportjongleren
Bij sportjongleren gaat het voornamelijk om het breken van jongleerrecords, zoals:
- Het meeste aantal worpen met 8 kegels
- Hardlopend jongleren (zelfs marathons en hordelopen)
- Duurjongleren: zo lang mogelijk met 3 ballen jongleren
Circusstijl
De traditionele circusjongleur imponeert door snel te jongleren, of een groot aantal objecten, of door een combinatie van handelingen (Rafael de Carlos jongleert bijvoorbeeld 4 voetballen terwijl hij 1 bal op zijn hoofd kopt). Een bekende jongleur in deze stijl is Dmitry Chernov, die als specialiteit tijdens het jongleren voortdurend wisselt van aantal ballen.
Theaterstijl
In veel huidige circussen (Cirque du Soleil, Cirque Plume, Cirque Eloize, 7 à la Main, en de circusschool in Kiev) worden jongleernummers getoond met vloeiende overgangen tussen de patronen. Daarnaast wordt vaak muziek en decor gekozen in samenhang met de andere nummers. Dit gaat ook vaak samen met zang en toneel.
Straatjongleren
Straatartiesten laten meestal niet al hun technische kunnen zien, omdat op straat een goede grap meer geld oplevert dan knap jongleerwerk.
Vuurjongleren
Het werken met vuur is één van de spectaculairste onderdelen van het jongleren. Ballen, kegels, poi en devilsticks zijn allemaal in brandbare (d.w.z. met lont) versies te krijgen, en hiermee jongleren ziet er sowieso fantastisch uit, wat je ook aan trucjes doet.
Tips bij het vuurjongleren:
- Leer van anderen. Ga niet zomaar met olie en vuur spelen. Vuur kan gevaarlijk zijn, en ga dus niet met vuur jongleren als je niet heel goed weet waar je mee bezig bent. Probeer niet zelf te beginnen met vuurjongleren, en zeker niet met vuurspuwen, maar leer het van iemand die het al kan. Dit scheelt je niet alleen tijd, maar het is ook veel veiliger. Zo iemand kan je ook adviseren bij praktische zaken zoals wat voor olie je moet gebruiken.
- Kleding. Hoewel jongleren met fakkels of vuurballen prima in normale kleren kan, kunnen ze er wel vies van worden. Een overall of kleding die vies mag worden is aan te raden. Draag géén fleece-trui of andere makkelijk ontbrandbare kleding, en bedek lange haren met een hoofddoek of capuchon.
- Doe wat je kunt. Ga met fakkels etc. geen trucs proberen die je nog niet beheerst. Leer het eerst met normale kegels of ballen, en ga het daarna met vuur-attributen proberen. Als je voor het eerst met vuurballen of fakkels werkt, neem dan ruim de tijd om ermee te oefenen zonder dat ze aangestoken zijn. Zo kan je wennen aan de verschillen in gewicht(sverdeling). Ga ze ook niet pas in het pikkedonker aansteken, oefen eerst terwijl je nog licht hebt.
- Kosten. Dit hoeft je natuurlijk niet tegen te houden, maar weet wel dat fakkels en vuurballen duurder zijn dan hun normale varianten, en ze verbruiken ook nog eens lont en olie.