Jongleerpatronen - Siteswap
Wat is siteswap?
“Siteswap” is de naam van een notatie om jongleertrucs compact te beschrijven. In siteswap-notatie wordt met nummers aangegeven hoe hoog de ballen gegooid moeten worden, en naar welke hand. Er wordt dus alleen de timing van het gooien en vangen in beschreven, en niet de manier van gooien of vangen. Siteswap is dus ongeschikt voor het noteren van veel jongleertrucs zoals achter je rug gooien, je armen kruisen (Mills Mess), of de bal op je elleboog stuiten.
De cijfers
Een siteswap-patroon bestaat uit een reeks cijfers, bijvoorbeeld “4 4 1″, “7 5 3 1″, of “3″. Ieder cijfer staat voor één worp, en die worpen doe je om en om met de linker- en rechterhand. Een 3-worp is de standaard cascade-worp. De siteswap-notatie van de normale ascade bestaat dus alleen maar uit 3′en, oftewel 3333333333…., dit wordt afgekort tot “3″. De andere nummers staan ook voor worpen: Een 4-worp is de standaard worp met 4 ballen (fountain), 5 is de worp uit een cascade met 5 ballen, et cetera. De 1 is de snelste ‘worp’, en staat voor het doorgeven van de bal naar de andere hand.
Dan zijn er nog speciale cijfers: de 0 en de 2. Bij allebei wordt er even niet gegooid. De 0 staat voor ‘lege hand’. Als er een 0 in het siteswap-patroon staat wordt er dus niet gegooid, omdat er geen bal in die hand zit. Bij een 2 hoef je ook niet te gooien, maar hierbij heb je wél een bal in je hand. Bijvoorbeeld, bij patroon “4 2″ gooi je dus met de ene hand alleen maar 2′en, en die hand doet dus niets anders dan een bal vasthouden!
De hoogte
De nummers in een siteswap staan dus elk voor een worp. De nummers zijn niet zomaar gekozen, ze geven aan hoeveel tellen de bal weg moet zijn voor hij opnieuw gegooid moet worden. Hogere nummers moeten dus hoger gegooid worden dan lage, zodat de ballen langer uit je handen zijn. Maar let op: als je een bal twee keer zo lang in de lucht wilt houden, moet je hem maar liefst vier keer zo hoog gooien! Hoge nummers in een siteswap-patroon moeten dus veel hoger gegooid worden dan de lage.
Voor de hoogte van siteswap-worpen kun je de volgende richtlijnen aanhouden:
- Een “3″ is de standaard cascade-worp (naar de andere hand dus).
- Een “4″ moet twee keer zo hoog als een 3 (en recht omhoog).
- Een “5″ moet vier keer zo hoog als een 3 (en naar de andere hand).
- Een “6″ moet zes keer zo hoog als een 3 (en recht omhoog).
- Een “7″ moet negen keer zo hoog als een 3 (en naar de andere hand).