|
|
||||||||
![]() |
||||||||
Oefeningen voor 5 ballen5 ballen jongleren is erg moeilijk! Het wordt in het algemeen beschouwd als een grote en belangrijke stap in de jongleerwereld. 3 balletjes kunnen de meeste mensen wel leren, maar om 5 ballen hoog te houden moet je erg lang oefenen. Om de 5-cascade (cascade met 5 ballen) te kunnen doen, moet je de 5-worp constant goed kunnen gooien -- en deze worp moet sneller, hoger, én netter dan de 3-cascade worp! Om je te helpen deze worp goed te leren, staan hieronder een aantal oefeningen om de 5-worp te leren. Ik raad aan om niet meteen 5 ballen te pakken, maar eerst deze oefeningen allemaal goed te leren. Nogmaals, 5 ballen leren jongleren is een echte uitdaging. Het leren van de 5-cascade duurt normaliter maanden, en er zullen vele uren voorbij gaan met oefenen en oefenen en nog eens oefenen voordat je ook maar in de buurt komt van een nette 5-cascade. Aan de andere kant, door deze moeilijkheidsgraad is het natuurlijk ook des te fantastischer als je dit patroon beheerst! Veel succes!
De Flash ken je hopelijk al. Bij de 3-bal Flash uit cascade doe je eigenlijk even 3 worpen uit de 5-cascade, waardoor je handen even vrij zijn. Om je ervan te verzekeren dat je handen even vrij zijn, kun je één of twee keer in je handen klappen. Het is de bedoeling dat je je handen nauwelijks hoeft te bewegen om de hoge ballen weer te vangen, ze horen precies terug te vallen in je handen in het 3-cascade patroon.
Als je de Flash goed kunt, kun je proberen hem vaker achter elkaar te doen. Bij de 5-cascade moet je immers ook alleen maar van die hoge 5-worpen maken. Hoewel het wel leuk is om een paar flashes achter elkaar te kunnen doen, vindt ik zelf de Snake en 525 beter oefeningen om 5 ballen te leren.
Als je de Snake doet, gooi je drie ballen uit de 5-cascade. Deze drie ballen volgen elkaar op hetzelfde pad, waardoor ze samen er een beetje uitzien als een slang. In bovenstaande animatie gaat de blauwe bal voorop en volgen de gele en groene bal hetzelfde traject. Eerst gooi je drie ballen met links, daarna drie met rechts, weer drie links, enzovoort. Het is hierbij erg belangrijk dat je de eerste bal rechts pas gooit nádat de laatste bal links gegooid is; niet tegelijk, en zeker niet eerder. Als je hardop meetelt bij de Snake is het dus: Links, links, links rechts, rechts, rechts links, links, links rechts, rechts... Je kunt deze oefening ook best beginnen met de drie ballen verdeeld over beide handen. Als je dan maar eerst één hand leeg maakt voordat je met de andere begint te gooien!
De 525 vindt ik zelf de beste oefening voor 5 ballen. Je gooit hier in feite al 4 ballen uit de 5-cascade, waardoor je al een goed gevoel krijgt voor het benodigde tempo en precisie. Maar doordat allebei de handen geregeld even een 'pauze' hebben, is het toch een stuk makkelijker onder de knie te krijgen dan 5 ballen. Je begint met twee ballen in iedere hand. Gooi om de beurt afwisselend twee ballen met links en rechts, maar let op, links en rechts volgen elkaar wel snel op. Hardop tellend: Links rechts, rechts links, links rechts, rechts links, links rechts, et cetera. Ook hier is het weer belangrijk dat je je handen steeds dezelfde kleine beweging laat maken -- de ballen moeten dus precies op de goede plek terecht komen. Probeer eerst 4 worpen, daarna 6, daarna 10...
Uiteindelijk moet je natuurlijk toch een keer 5 ballen pakken. Het is al een hele opgave om ze allemaal de lucht in te krijgen en weer te vangen! De laatste bal moet de lucht in gaan op het moment dat de eerste gevangen wordt, dus je moet snel en hoog gooien.
Dit is natuurlijk het uiteindelijke doel, de 5-cascade. Zoals je zelf waarschijnlijk wel doorhebt moet je om de 5-cascade te doen gewoon doorgooien. Probeer nadat je een 5-flash hebt gegooid, de eerste bal nog eens te gooien, zodat je 6 worpen doet. En dan 7 worpen, en dan 8... en zo blijven oefenen! |
||||||||
![]() |
|
|||||||