|
|
|||
![]() |
|||
Leren Jongleren: Stap 3Inleiding | Stap 1 | Stap 2 | Stap 3 | Resultaat Nu het gooi-en-vangen uit Stap 2 een beetje goed gaat, wordt het tijd om de derde bal erbij te pakken. Je kunt nu al bijna jongleren! In de vorige stap heb je de vang-en-gooi beweging met allebei je handen geoefend. Nu is het tijd om twee zo'n bewegingen achter elkaar te doen. Neem twee ballen in je ene hand, en een in de andere. Pak de twee ballen zo vast dat je een bal weg kunt gooien terwijl je de andere vast houdt. Dit kun je bijvoorbeeld doen door de ene bal op je handpalm vast te klemmen met je pink en ringvinger, terwijl je de andere vastpakt met je duim, wijsvinger en middelvinger. Gooi één van de twee ballen uit je volle hand naar je andere hand. Daar doe je een gooi-en-vang, en met de bal die je daarmee teruggooit doe je met je eerste hand wéér een gooi-en-vang (hierbij gooi je de tweede bal uit die hand weg). Nu heb je alle ballen één keer gegooid. Dat ziet er ongeveer zo uit:
Nu merk je hoe belangrijk het is om netjes hoog te blijven gooien! Zodra je laag begint te gooien heb je geen tijd meer om de volgende bal te gooien. Als je dit een beetje kunt, kun je natuurlijk gaan proberen vier worpen achter elkaar te doen (dat is dus drie keer gooi-en-vang), of nog vaker! Je hebt de basis van het jongleren nu onder de knie, het is nu een kwestie van zolang mogelijk doorgaan. Doe je best het werpen zolang mogelijk vol te houden, het maakt niet uit als er ballen vallen. Probeer maar eens vijf worpen te halen, en daarna tien, dan twintig, zoveel je kunt! En dit is het resultaat! |
|||
![]() |
|
||