JongleerJargon
Ook in het Nederlandse jongleerwereldje wordt er nogal wat met termen gesmeten. Deze vaak Engelse termen komen op de beginnend jongleur vaak onbegrijpelijk over. Hieronder vind je een lijst met een aantal algemene jongleertermen en hun betekenis.
Cascade De cascade (spreek uit "kas·KA·de" op z'n Nederlands, "kes·KEED" op z'n Engels) is het meest elementaire jongleerpatroon voor oneven aantallen objecten. Vaak is de eerste truc die jongleurs leren de cascade met drie ballen. Bij de cascade gooien de handen om de beurt een bal en de ballen daardoor allemaal in een 8-vorm. Een bal wordt onder de inkomende bal door geworpen, dus werpen aan de binnenkant en vangen aan de buitenkant. Een cascade kan normaliter alleen met een oneven aantal objecten uitgevoerd, voor even aantallen wordt een vorm van de Fountain vaak als basisvorm gebruikt. Wil je de cascade leren? Kijk dan op deze pagina.
Fountain De fountain (letterlijk "Fontein") is het basispatroon voor even aantallen objecten. Bij de fountain word de helft van de ballen door de linkerhand in de lucht gehouden en de andere helft door de rechterhand. De ballen wisselen bij de fountain dus niet van hand, maar worden altijd (bijna-)recht omhoog gegooid. De fountain met 4 ballen is dus gewoon twee ballen per hand, tegelijkertijd. Omdat de objecten verdeeld zijn over de twee handen bestaan er twee varianten van de fountain: Je kunt met beide handen tegelijk gooien (synchrone fountain) of om de beurt gooien (asynchrone fountain). Afgezien hiervan kun je per hand nog kiezen of je de balletjes een beetje naar buiten gooit ("rolling out"), een beetje naar binnen ("rolling in") of in kolommen. Tips voor het leren van de fountain vind je hier.
Shower De Shower is een jongleerpatroon dat met ieder aantal en ieder type objecten uit te voeren is. Bij de shower gaan de ballen in een rondje; één hand goet al het gooiwerk terwijl de andere hand alleen maar vangt (en doorgeeft). Deze vorm van jongleren zie je vaak in stripboeken en dergelijke als er een jongleur afgebeeld wordt. Er zijn mede hierdoor beginnende jongleurs die als eerste de 3-bal shower proberen te leren, de cascade is echter makkelijker.
Flash Een flash (letterlijk "flits", maar dat wordt niet gebruikt) is een jongleertruc die met ieder aantal ballen (of kegels of ringen) uit te voeren is. Bij een flash worden alle objecten de lucht in gegooid, en daarna weer gevangen. Hierbij wordt de eerste vang dus ná de laatste worp gedaan, dus eventjes zijn allebei je handen leeg. Bijna iedere jongleur kan drie ballen flashen, maar 5 ballen is al een heel stuk moeilijker. Om nog maar te zwijgen van nóg meer ballen! Het wereldrecord jongleren (qua aantal objecten) staat op een flash van maar liefst 12 ballen (Bruce Sarafian, 1996) of 13 ringen (Albert Lucas, 2002)!
Trucnamen Afgezien van de bovenstaande vier basistermen zijn er nog veel meer (meestal Engelse) namen van jongleertrucs, en deze
kunnen verwarrend zijn voor de beginner. Van "eating an apple"
tot "the box" en van "continuous backcrosses" tot "rubenstein's
revenge", allerlei soorten namen worden gebruikt om jongleertrucs aan te duiden. Een
langere lijst van namen en uitleg over hoe de trucs te doen vind je op de trucs pagina.
Siteswap Siteswap-notatie is een manier om jongleerpatronen te beschrijven met nummers, bijvoorbeeld "531". De nummers geven aan hoe lang de gegooide ballen in de lucht moeten blijven (en dus ook hoe hoog ze gegooid moeten worden). Siteswap houdt zich alleen bezig met de volgorde waarin ballen geworpen en gevangen worden; hoe de bal gevangen of geworpen wordt en andere lichaamsbeweging worden niet in siteswap-notatie beschreven. Kijk voor meer informatie op de siteswap uitleg pagina. Combat Combat is een jongleerspel voor een grote groep jongleurs. Iedereen neemt drie kegels en gaat in een soort kring staan. Hierbij wordt vaak zoveel mogelijk herrie gemaakt door de kegels op elkaar of op de grond te roffelen. Op een gegeven moment beginnen alle spelers de cascade te jongleren en lopen allemaal de arena in. Daar is het de bedoeling het jongleerpatroon van anderen te verstoren, zodat ze hun kegels laten vallen. Maneuvres zoals andermans kegels wegslaan of er tegenaan lopen zijn toegestaan. Degene die als laatste nog aan het jongleren is wint de ronde, waarna er opnieuw begonnen wordt. Dit spel wordt vaak gespeeld op festivals. Het spel kan eventueel ook gespeeld worden met andere objecten, bijvoorbeeld twee diabolo's. Bij andere een variant genaamd Team Combat wordt in twee (of meer) teams gespeeld, waarbij het team dat overblijft wint.
Claw (of Clawing) De claw (letterlijk vertaald "klauw") is geen echte jongleertruc, maar is een speciale manier van vastpakken (van een bal), en ook een speciale manier van vangen. Bij de claw pak je een bal van boven vast. Omdat je handpalm nu boven de bal zit in plaats van eronder gebruik je enkel je vingers om de bal vast te klauwen. Bij trucjes zoals je Factory of de Jojo kan de claw-greep gebruikt worden. De claw is ook een manier van vangen, namelijk, de bal van boven grijpen. In plaats van de bal in je hand te laten vallen, til je je hand op, en terwijl de bal valt grijp je hem van boven met een snelle neerwaartse beweging. Dit is een stuk moeilijker dan normaal vangen... probeer maar eens cascade te doen met alleen maar claws!
Multiplex, Squeeze Multiplexen is het tegelijk gooien van meerdere ballen uit één hand. Het gooien van een multiplex is niet moeilijk, gewoon meerdere ballen uit één hand de lucht in werpen, maar het is wel lastig om ze precies in een patroon weer neer te laten komen. De term "multiplex" eigenlijk voor ieder aantal ballen, maar er wordt ook wel gesproken van een "triplex" bij het gooien van 3 ballen uit één hand en een "quadraplex" bij vier ballen uit één hand. Squeezen, een term die pas veel later bedacht is, staat voor het tegelijkertijd vangen van meerdere ballen in één hand. Dit is erg moeilijk; je moet namelijk zorgen dat twee opgegooide ballen precies op hetzelfde moment precies in je hand terecht komen.
Contact Juggling (Contactjongleren) Bij het
contactjongleren wordt er niet met ballen gegooid, maar blijven de bal
(zoals de naam al aangeeft) in contact met het lichaam. Meestal rolt de
bal van plaats naar plaats over de handen en armen, maar ballen spinnen
(laten draaien op de vingertoppen of andere props) is ook een vorm van
contactjongleren. Contactjongleren vereist andere ballen dan 'normaal'
jongleren; er worden doorgaans perfect ronde, harde, vaak doorzichtige
globes voor gebruikt. Bij een goed uitgevoerde contactjongleeract lijkt
het wel eens alsof de bal aan het lichaam van de jongleur 'plakt', of
dat de bal gewoon stil hangt midden in de lucht terwijl de jongleur er
onderdoor beweegt.
Devilstick / Flowerstick Het gebruiken van de devilstick (of flowerstick) is weer een andere vorm van jongleren. Hierbij wordt een stok van meestal zo'n 70 cm in de lucht gehouden met twee kleinere stokjes, één in iedere hand. Bij het devilsticken gaat het erom de grote stok continu in beweging te houden en er allerlei snelle buitelingen ermee te maken. Er bestaan, net zoals bij het balletjes gooien, heel veel trucs en patronen voor.
Diabolo De diabolo is het bekende 'speelgoed' waarbij een snel draaiende diabolo op een tussen twee stokjes gespannen touwtje gehouden wordt. Met de diabolo zijn er ook talloze trucjes bedacht en te bedenken. Ook het diabolo'en wordt vaak als een tak van het jongleren beschouwd, en je zult op jongleerfestivals dan ook altijd diabolo'ers zien.
Poi Poi refereert aan een vorm van jongleren waarbij niet wordt gegooid, maar waarbij ballen aan touwen (het woord "poi" is Maori voor "bal") worden rondgeslingerd in cirkelpatronen. Deze 'ballen' kunnen natuurlijk ook knipperende lampjes zijn, of aangestoken lonten of opgerolde sokken. Poi swinging is met name populair vanwege de dans-achtige bewegingen die er bij gemaakt (kunnen) worden. Ook Poi wordt vaak als een soort vorm van jongleren gezien.
|